Homeopathie

Werkwijze

 

Tijdens een consult vorm ik een beeld, niet alleen van je klacht maar ook van jou als persoon. Daarom vraag ik in een consult ook naar je eetgewoontes, slaappatroon, temperatuurgevoel, maar ook naar je karakter, hobby’s en stemming. Om het beeld compleet te maken komen ook je ziektegeschiedenis en levensloop aan de orde. Het eerste consult duurt daarom ongeveer een uur.

En daarna?  

Na het consult krijgt je het homeopathische middel thuis gestuurd. Meestal na een paar dagen omdat ik de gegevens moet analyseren en bestuderen welk middel passend is bij jouw klachten. Maar bij acute klachten zoals blaasontsteking of keelontsteking ontvang je het middel vanzelfsprekend dezelfde dag nog.

Het middel bestaat uit een paar kleine korreltjes die je onder je tong laat smelten. Na de inname van het middel let je goed op welke veranderingen optreden, het handigste is om alles wat je opmerkt te noteren.

Belangrijk is om tijdens de homeopathische behandeling geen koffie te drinken. Koffie gaat de werking van homeopathische middelen tegen (met uitzondering van cafeïnevrije koffie).

De evaluatie van de werking van het middel vindt 4 tot 6 weken na het eerste consult plaats tijdens een vervolgconsult. Afhankelijk van hoe het dan gaat ontvang je indien nodig een herhaling van het middel of een nieuw middel en maken we eventueel weer een vervolgafspraak.

Hilke van den Boom homeopathie

Kuluutsheuvel 74

5825BG Overloon

 

Mallemolen

Kloosterstraat 11

6562AT Groesbeek

 

T 0478-640058

E hilkevandenboom@planet.nl

 

Telefonisch spreekuur:

ma, di, do en vr van 9 tot 10 uur

Basisprincipes van de homeopathie

 

Het menselijk lichaam is in staat zichzelf te genezen, zoals je kunt zien bij het herstel van een wondje. Soms is dit natuurlijke vermogen ontregeld; dan ontstaat een ziekte die niet vanzelf  herstelt. Een homeopaat zet middelen in om het zelfgenezend vermogen van de patiënt te prikkelen en zo weer tot actie aan te zetten. Vervolgens geneest het lichaam zichzelf.

De volgende principes vormen de basis van de homeopathie:

Het gelijkende geneest het gelijkende 

Veel stoffen kunnen bij gezonde mensen bepaalde ziektesymptomen veroorzaken. Deze stoffen worden in de homeopathie bewerkt tot geneesmiddel. Vervolgens is dit middel in staat de ziektesymptomen die het bij een gezond mens veroorzaakt bij een zieke persoon juist te genezen. Dit heet het gelijksoortigheidsprincipe. Het wordt ook wel in het latijn weergegeven door de woorden ‘similia similibus curentur’ (het gelijkende wordt door het gelijkende genezen).

Niet de ziekte maar de zieke moet genezen worden 

Om een mens te genezen moet je hem niet opsplitsen in allerlei onderdelen om deze afzonderlijk van elkaar te gaan behandelen. De homeopathie ziet dan ook lichaam en geest als een eenheid, in voortdurende wisselwerking met zijn omgeving. De behandeling richt zich op deze eenheid, op de gehele mens met al zijn eigenschappen.

Geschiedenis van de homeopathie

 

De Duitse arts en chemicus Samuel Hahnemann was in zijn tijd (1755-1843) een bekende arts met een vooraanstaande plaats in de medische wereld. Hij was erg kritisch over het medisch handelen in zijn tijd en is gestopt met zijn praktijk uit onvrede over de resultaten. De geneesmiddelen die hij zijn patiënten moest toedienen deden hen meestal meer kwaad dan goed.

Vervolgens startte hij om de kost te verdienen met het vertalen van buitenlandse medische werken naar het Duits. Tijdens het vertalen van deze werken stuitte hij op een verklaring van de werking van kinabast (bast van de Kinaboom) bij de genezing van malaria. Hierin werd beweerd dat de genezende werking te danken is aan een bittere stof in kinabast. Hahnemann vond deze verklaring onbevredigend en besloot het middel op zichzelf uit te testen.

Hij nam het middel in en tot zijn verwondering kreeg hij klachten die precies leken op de symptomen van malaria. Na elke inname van 15 gram kinabast was hij ongeveer 2 a 3 uur ziek. Toen hij stopte met de inname was hij weer gezond. Dit was een opmerkelijke ontdekking: een gezond persoon neemt een middel tegen malaria in en krijgt vervolgens malaria verschijnselen. Hij vroeg zich af of het eenmalig en toevallig zo was of dat het voor meer geneesmiddelen zou gelden. In eerste instantie ging hij zelf veel verschillende geneesmiddelen innemen, later werkte hij met een grote groep proefpersonen en noteerde nauwkeurig de symptomen die zij na inname van een middel vertoonden. Elke keer weer bleek dat een middel dat symptomen kan genezen bij een patiënt dezelfde symptomen kan oproepen bij een gezonde persoon.

Hij heropende zijn praktijk en gebruikte de verzamelde gegevens over geneesmiddelen om soortgelijke ziekten bij zijn patiënten te genezen. Hierin was hij zeer succesvol. Hij heeft zijn ervaringen zorgvuldig beschreven in ‘het Organon der geneeskunst’, een naslagwerk dat nog steeds een belangrijke basis vormt van de klassieke homeopathie.

Homeopathische middelen

 

Hahnemann heeft dus het gelijksoortigheidsprincipe ontdekt. Hiermee was hij er echter nog niet. Zijn patiënten kregen vaak voordat ze genazen eerst hevige verergeringen. Om de verergeringen zoveel mogelijk te voorkomen begon hij te onderzoeken wat de kleinste dosis van een geneesmiddel is dat nog een genezende werking heeft. Hij verkleinde de dosis door het middel te verdunnen. En inderdaad werd de beginverergering minder, maar…. ook de genezende werking nam af. Zo kwam hij dus niet veel verder.

De stap die Hahnemann vervolgens zette is heel bijzonder: hij verdunde de stof 1 op 100 om het vervolgens een aantal malen krachtig te schudden. Dit verdunnen en schudden herhaalde hij een aantal keer. Het uit dit proces (wat ‘potentiëren’ heet) verkregen geneesmiddel bleek beter in staat de patiënt te genezen, en dat na slechts een zeer geringe beginverergering.

Het onderzoek naar wat er precies gebeurt tijdens het potentiëren staat nog in de kinderschoenen. Men zegt wel eens dat een homeopathisch middel ‘alleen maar water’ is vanwege de sterke verdunning. Bij hogere potenties is namelijk van de basisstof geen molecule meer aanwezig. Dat wil niet zeggen dat het ‘alleen maar’ water is, zoals een magneet ook niet ‘alleen maar’ een stuk staal is. Zowel na potentiëren van een geneesmiddel als na magnetiseren van een stuk staal is het resultaat een stof die in aantal of soort moleculen niets veranderd is, maar die krachtige eigenschappen bevat die vastliggen in de structuur (richting) van de moleculen. Het potentiëren leidt juist hierdoor tot een mild maar krachtig geneesmiddel.